Harkepoppetjes for life

Ik ben grafisch vormgever. Eén die niet kan tekenen, nooit gekund ook. Dat is kut, maar dat is zo. Ik heb heel erg mijn best gedaan, maar het hoogtepunt lag echt in groep 4. Hier waren mijn gevouwen patatzakken met geïllustreerde frieten nog goed voor een aaneenrijging aan diverse stickertjes.

Nu tig jaar later denk ik toch weer na over de mogelijkheid om te kunnen tekenen. Ik kijk naar verschillende typen illustratoren en kom er langzaam achter dat het misschien niet nodig is om perfect te kunnen tekenen. Meer en meer gaan illustraties niet over de mooiheid, de kopie van de realiteit, maar om de boodschap die ermee over wordt gebracht.

Kijk naar de tekeningen van David Shrigley. Zijn droogkomische manier van illustreren heeft het vooral niet nodig om een perfecte lijn te voeren. Juist die skribbelige, rommelige manier van tekenen past heel goed bij de boodschap die hij probeert over te brengen.

Shrigley is vooral bekend om zijn cartooneske tekeningen waarin hij alledaagse angsten achter menselijke gebruiken bijna pijnlijk duidelijk maakt. Hij vindt humor in het bizarre, het inconsequente en stelt daarmee vragen over de aard van hedendaagse kunst en haar publiek. Dezelfde vraag als Gijs Kast stelt in de monthly van deze maand. (zie voor meer fantastische tekeningen www.davidshrigley.com)

Met deze vorm van illustreren gloort er weer hoop voor mensen zoals ik. Opgetogen reis ik af naar de opslagcontainer waar mijn oude schoolspulletjes zijn opgeslagen. Ik zoek naar de doos waarop met handgeschreven letters staat: Groep 4. Vol trots haal ik een vastgeplakt stapeltje met harkepoppetjes en puntzakken met friet uit de doos. In het licht van Shrigley lijken ze opeens een stuk volwassener, meer uitgebalanceerd. Hoezo kan ik niet tekenen? “Je ziet toch dat het een zak friet is, denk ik bij mezelf.” Precies. Ik kijk naar de reeks stickertjes en dank Shrigley op mijn blote knietjes.

- Tjade

I hate balloons © David Shrigley

I hate balloons © David Shrigley